Er bestaan een aantal verschillende kleurvarianten van de oorspronkelijk rood en groen met witte 'Nora Barlow' die in de middeleeuwen al bekend was al 'Rose Columbine'. De groeiwijze is verder identiek. 'Black Barlow' is, voor een goed verstaander was het al duidelijk, de bijna zwarte versie, statig op hoge vertakkende stengels. De gevulde pompon bloemen zijn net roosjes.
Ze zijn gezaaid dus wel wat variabel.
Eindelijk een 'Black Rose'.
Ook zo'n heerlijke stevige voor de overgang tussen zon en schaduw.
De bloemen staan fier op de stevige stengels. De kleur is bijzonder bruikbaar.
Net als de rest een prima snijbloem.
De moeder van alle Barlow's.
Bekend in de middeleeuwen onder de toepasselijke naam: 'Rose Columbine' (Akelei roos). De pomponvormige gevulde bloem aan elegante lange stelen verkleurt van groen tot rood met wit.
Alle andere Barlow-akeleien werden hiervan afgeleid.
Een beminnelijke bloem uit de middeleeuwen.
Een compacte, traag groeiende selectie. Na 10 jaar is ze ongeveer 150 cm, uiteindelijk kan ze 250 cm worden.
De eetbare vruchten doen er een jaar over om rijp te worden. Daarom komen bloemen en vruchten tegelijk voor wat bijzonder sierlijk is.
Arbutus vraagt een wat beschutte standplaats op elke grond behalve natte klei.
'Walter' blijft lager dan de wilde soort, maar groeit sneller dan de compacte selecties en wordt uiteindelijk 300 tot 350 cm hoog.
Deze vermoedelijk Nederlandse introductie is beter geschikt voor ons klimaat dan de wilde vorm.
Sinds een paar jaar spaar ik behalve vijgen ook Arbutus. Daar gaan we komende jaren de vruchten van plukken.