Geelvrees? Ik kom er nog op terug, dat is uit de tijd. Dit is gewoon een lekker warme kleur die we nodig hebben in ons klimaat. Het is 'just what the doctor orders'.
Deze en Tanacetum worden in de zomer winterklaar gemaakt. Je knipt ze in juli flink terug terwijl ze nog bloeien. Want het zijn zulke enthousiaste bloeiers dat ze zich soms kapot bloeien. Na de knip gaan ze lekker uitstoelen en opnieuw bloemen maken.
Verder een makkelijke plant met veel impact.
Uit Nederland bij Monksilver Nursery aangekomen onder de naam 'E.C. Buxton' en omgedoopt vanwege haar afwijkende mayonaise kleur omdat de bloemen van zachtgeel naar bleker crème-wit verkleuren.
Donkergroen filigrein blad. Een lang bloeiende plant voor een niet te natte plaats. In de loop van de zomer kan de plant het beste wat worden terug geknipt anders bloeit ze zich soms dood.
Je kunt ze ook voor de vaas knippen.
Na dertig jaar focus op de meest bijzondere Aquilegia wordt het tijd voor een 'gewone'. De uitgeklede oprechte elegantie en kleur van deze wilde schoonheid zijn minstens even bruikbaar in je romantische tuin.
Liefst verwilderen ze op de overgang tussen zon en schaduw waar ze zich mengen met je vrouwenmantel of andere klassiekers.
Hoe spontaan durf je te tuinieren?
Een compacte, traag groeiende selectie. Na 10 jaar is ze ongeveer 150 cm, uiteindelijk kan ze 250 cm worden.
De eetbare vruchten doen er een jaar over om rijp te worden. Daarom komen bloemen en vruchten tegelijk voor wat bijzonder sierlijk is.
Arbutus vraagt een wat beschutte standplaats op elke grond behalve natte klei.
'Walter' blijft lager dan de wilde soort, maar groeit sneller dan de compacte selecties en wordt uiteindelijk 300 tot 350 cm hoog.
Deze vermoedelijk Nederlandse introductie is beter geschikt voor ons klimaat dan de wilde vorm.
Sinds een paar jaar spaar ik behalve vijgen ook Arbutus. Daar gaan we komende jaren de vruchten van plukken.